Vertrouwenspersoon

Om iedereen binnen onze vereniging een aanspreekpunt te geven als ze zich op een ongewenste wijze benaderd voelen, zijn er twee vertrouwenspersonen waar leden met hun verhaal terecht kunnen. Isabelle en Robert zijn de aanspreekpunten.

Een van de eerste activiteiten van de ARBO-commissie was het organiseren van een voorlichtingsdag voor bestuur en instructeurs over seksuele intimidatie. Bij de reddingsbrigade worden wekelijks activiteiten georganiseerd voor jeugdleden en volwassenen. De instructeurs hebben gedurende een dagdeel de verantwoordelijkheid en zorg voor een groep. Tijdens brigadeactiviteiten gaan ze op talloze momenten met brigadeleden om. Er zijn situaties voorstelbaar, dat het gaat om ongewenste intimiteiten. Als definitie daarvoor geldt:

Elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren.

Wat betreft het beleid omtrent seksuele intimidatie valt onze brigade onder de regels van Reddingsbrigade Nederland. Binnen onze brigade vinden wij het echter heel belangrijk, dat alle vrijwilligers de gedragsregels “begeleiders in de sport” van het NOC*NSF naleven.

 

 

  • De Vertrouwenspersoon is binnen de Reddingsbrigade Aoreven het eerste aanspreekpunt voor
    een ieder die opmerkingen of vragen heeft m.b.t. tot seksuele intimidatie, of over een
    concreet incident een gesprek wil met de vereniging. De vertrouwenspersoon is aanspreekbaar voor sporters, ouders van sporters, toeschouwers, vrijwilligers en bestuur. Deze gesprekken zijn in principe vertrouwelijk. Maar deze vertrouwelijkheid heeft zijn grenzen: ten eerste vanwege het algemeen belang van een veilige sportomgeving en ten tweede vanwege de Nederlandse wetgeving die in bepaalde gevallen de vertrouwenspersoon en het bestuur verplicht de vertrouwelijkheid te doorbreken. Is dit laatste het geval, dan is er voor de vertrouwenspersoon sprake van een conflict van taken.
    Dit conflict van taken kan zich vooral voordoen indien hij/zij in een vertrouwelijk gesprek op
    de hoogte wordt gesteld van een concreet ernstig incident van seksuele intimidatie.

 

  • Overleg tussen de vertrouwenspersoon en het bestuur van onze vereniging speelt een belangrijke rol bij het oplossing van het conflict van taken. Het bestuur heeft de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar leden, de vertrouwenspersoon zal in alle
    gevallen dat hij/zij op welke wijze dan ook kennis neemt van een incident m.b.t. seksuele intimidatie dit geanonimiseerd met het bestuur moeten bespreken. Hierbij wordt de vertrouwelijkheid niet geschonden terwijl het bestuur kan beoordelen of en hoe zij moet handelen. Alléén wanneer het bestuur niet zonder nadere informatie kan handelen, zal zij de vertrouwenspersoon om die informatie vragen, waardoor de vertrouwelijkheid (deels) wordt opgeheven. Binnen het bestuur fungeert de voorzitter als aanspreekpunt voor de vertrouwenspersoon.

In onderstaand protocol wordt stapsgewijs de handelwijze van de vertrouwenspersoon beschreven in het geval hij/zij in vertrouwen op de hoogte wordt gebracht van een incident m.b.t. seksuele intimidatie. Ook een eventueel (intern) conflict van taken van de vertrouwenspersoon wordt in het protocol beschreven naar te nemen acties.

  1. Stappen
    1. Eerste opvang: verhaal en emoties
    Een ieder kan een beroep doen op de vertrouwenspersoon voor vragen, vermoedens, meldingen, klachten en aangifte met betrekking tot seksuele intimidatie. De vertrouwenspersoon is hiervoor het eerste aanspreekpunt binnen de vereniging. De betrokkene moet in de eerste plaats in vertrouwen een verhaal kwijt kunnen en worden opgevangen in verband met emoties die daarbij kunnen spelen.

De VCP moet echter vooraf twee zaken duidelijk maken:
1.    elk incident wordt geanonimiseerd met het bestuur besproken omdat die de verantwoordelijkheid heeft om de consequenties voor de vereniging vast te stellen en daarnaar te handelen;
2.    de vertrouwelijkheid van het gesprek is begrensd: indien het bestuur oordeelt dat de veiligheid van een of meerdere van haar leden in het geding is en/of wanneer er sprake is van een ernstig strafbaar feit .

2. Overleg over vervolgstappen: doorverwijzen
Naar aanleiding van wat de vertrouwenspersoon ter ore komt, wordt de betrokkene geïnformeerd over mogelijke vervolgstappen en over de (externe) instanties waartoe de betrokkene zich kan wenden voor de verschillende vervolgstappen. De betrokkene maakt hierin zélf een keuze of wordt doorverwezen naar instanties die bij die keuzebepaling kunnen helpen (Vertrouwenspersoon van NOC*NSF of KNBRD, maatschappelijk werk, huisarts).

3. Opheffen vertrouwelijkheid

  1. De vertrouwenspersoon informeert de betrokkene over de gevolgen die het incident heeft en over de stappen die de vertrouwenspersoon moet zetten. In alle gevallen zal geanonimiseerd overleg met bestuur volgen (reeds gemeld in stap 1). Het bestuur beoordeelt hoe vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid moet worden gehandeld.
    Indien dit handelen vereist dat (een deel van) de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven, zal betrokkene door de vertrouwenspersoon hierover uitleg krijgen en om diens toestemming worden gevraagd. Bij toestemming is de vertrouwelijkheid opgeheven. Het opheffen van vertrouwelijkheid gebeurt echter ook zonder toestemming van de betrokkene, maar niet nadat:
  •  de vertrouwenspersoon de betrokkene heeft uitgelegd waarom hij/zij deze stap moet nemen en om diens toestemming daarvoor is gevraagd;
  • het is gebleken dat er geen andere weg is dan het opheffen van de vertrouwelijkheid om het voor het bestuur mogelijk te maken haar verantwoordelijkheid te nemen;
  • naar het oordeel van het bestuur het niet-opheffen van de vertrouwelijkheid voor betrokkene en/of derden schade of gevaar zal opleveren en dit kan worden voorkomen door het opheffen van de vertrouwelijkheid;
  • er in gevallen van ernstige twijfel bij de vertrouwenspersoon (en/of bij het bestuur) aan de juistheid van het opheffen van de vertrouwelijkheid, consultatie van zijn/haar collega op Bondsniveau heeft plaatsgevonden;

Opheffen van de vertrouwelijkheid gebeurt overigens met inachtneming van alle verplichtingen die het bestuur en vertrouwenspersoon hebben jegens de bescherming van de privacy van alle betrokken partijen. Met de betrokkene bespreekt de vertrouwenspersoon de mogelijke gevolgen van deze stap en verwijst de betrokkene naar relevante hulpverlening. Tevens wordt afgesproken hoe betrokkene op de hoogte wordt gehouden van het handelen van het bestuur.

Overwegingen die tot het opheffen van de vertrouwelijkheid aanleiding kunnen geven zijn:

•    er is sprake van een ernstig strafbaar feit;
•    er is sprake van angst of onmacht aan de zijde van betrokkene om een strafbare en/of ongewenste situatie te beëindigen;
•    er is sprake van een voor de betrokkene of derden acute onveilige sportomgeving;
•    er is sprake van gedragingen of een situatie waarin het bestuur vanuit haar verantwoordelijkheid in het algemeen belang moet ingrijpen.

In geval dat de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven omdat er sprake is van een ernstig strafbaar feit waar aangifteplicht voor geldt, zoals bij verkrachting, dan stelt de vertrouwenspersoon het bestuur daarvan in kennis en zal het bestuur deze verplichting tot aangifte moeten nakomen. Doet zij dat niet, dan berust deze verplichting in even grote mate bij de vertrouwenspersoon. Deze kan echter geen aangifte doen namens de vereniging, maar doet dat dan als privé persoon.

4. Rapportage aan bestuur

De vertrouwenspersoon brengt het bestuur altijd op de hoogte van hetgeen een betrokkene heeft verklaard en welke afspraken met betrekking tot de doorverwijzing zijn gemaakt. Dit gebeurt geanonimiseerd, maar indien het bestuur dit noodzakelijk vindt met verwijzing naar personen (zie hiervoor punt 3 opheffen vertrouwelijkheid).

5. Verslaglegging

De vertrouwenspersoon legt verslag van de gevoerde gesprekken en de daaruit voortvloeiende doorverwijzing en gemaakte afspraken.

6. Signalen

Bij vermoedens van seksuele intimidatie, anonieme signalen, eigen waarnemingen, of geruchten daarover, licht de vertrouwenspersoon het bestuur in. Besluit het bestuur daarop tot verdere stappen, zoals nader onderzoek, dan wordt de vertrouwenspersoon daar niet mee belast. Ook wordt de vertrouwenspersoon niet belast met inhoudelijke taken bij een eventueel tuchtrechtelijk traject, ook al komen de signalen van hem/haar.